Liftreis Twan en Pricilla
Om acht uur ’s ochtends stond de jury al voor de school. Klaar om onze pinpassen in te nemen. Enveloppen in de hand. Ondertussen kwam er een sadistisch lachje tevoorschijn op Roy’s gezicht. Hij wist natuurlijk al wat er in die enveloppen zat. De opdrachten zouden niet mals zijn, had hij al voor gewaarschuwd. Bij de eerste opdracht viel dat nog wel mee. Wij moesten naar de Burgemeester Damstraat. Vanaf daar mocht het liften pas echt beginnen.
Die straat was snel gevonden. Vlug een foto gemaakt en door naar het station. Er stond nergens in de spelregels dat we geen gebruik mochten maken van het openbaar vervoer. Dus wij zaten in de eerstvolgende trein naar Venlo. Eenmaal daar aangekomen, hadden we ons eerste echte liftbord gemaakt met Monchengladbach/Köln erop. We liepen richting het tankstation bij de grens. In de hoop dat onderweg iemand dezelfde richting op moest, hielden we het bord achterstevoren. En dat hielp. Net voor het tankstation stopte een auto met een Duitse jongeman erin. Hij woonde in Monchengladbach en wilde ons wel meenemen. De eerste lift was dus een feit. Het mooie hieraan was dat Willemijn en Sancho op hetzelfde tankstation stonden net voor de oprit met een bordje met Köln erop. Wij reden langs en zwaaiden vrolijk naar de andere twee lifters. Dat leverde een boze middelvinger op van de anders zo lieve Willemijn.
Liften
In Monchengladbach kwamen we op een parkeerplaats een Nederlands echtpaar tegen. De enige Nederlanders zonder volle achterbank of een rits kinderen. Bijna smekend vroegen wij of we een stukje mee mochten rijden. Na enige twijfel gingen ze overstag. Ze brachten ons een stuk verder richting Koblenz. Daar aangekomen kregen we al snel een volgende lift. Dit keer van twee Duitsers. Willy en Ger. Ja je leest het goed. Dat was onze eigen Ger. Twee filmmakers die op weg waren naar Frankrijk voor een documentaire over burn-outs. Nogal excentrieke figuren die zeer genieten van het leven. Na een mooi stukje door Frankrijk te hebben gereden, reden ze speciaal voor ons weer terug naar Duitsland om ons daar bij een Raststätte ter hoogte van Strasbourg af te zetten. En alsof het geluk aan onze zijde stond, kwam daar een man uit zichzelf op ons af. Waar we heen moesten? Het liefst naar Basel zeiden we. Bleek dat deze chique zakenman zelf naar Zürich moest voor een keynote. Dus wij konden met hem mee. Binnen no-time waren we in het centrum van Basel. Niet zo gek als je met 200 over de Autobahn gaat in een luxe SUV.
Basel
In Basel dachten we weer geluk te hebben door heel snel een jeugdherberg te vinden. Bleek dat ze deze aan het renoveren waren. Dus we moesten de stad in om iets anders te zoeken. Mensen op straat aanspreken ging niet zo makkelijk. Het was redelijk stil in de binnenstad. Gelukkig waren er wel twee meisjes die ons de weg wezen naar een andere herberg. Nog langer door te zoeken naar iets goedkopers was geen optie. Het was al bijna tien uur en om nou buiten te gaan slapen in zo’n grote stad leek ons niet erg verstandig. Toch maar de geldenvelop geopend en ingecheckt in de herberg. Daar konden we onze spullen kwijt en nog even snel het internet op. Helaas was het te traag om iets fatsoenlijks te posten dus besloten we maar om zo snel mogelijk de stad in te gaan.
In Basel was onze opdracht om het oranjegevoel van vorig jaar terug te vinden. Toen vond het EK voetbal daar plaats en kleurden de Nederlandse supporters de hele stad oranje. Wat was daar nog van over? Nou, dachten we nadat we het hele centrum zo ongeveer gehad hadden, helemaal niks. De meeste kroegen waren nog gesloten en op straat was ook niet veel te doen. Totdat we een zijstraatje inliepen. Voor een Irish pub stond tot onze verbazing een groot bord met: Donderdag Koninginnedag! Daar moesten we heen dus. En alsof ons geluk niet op kon, bleek dat er een Nederlandse barman werkte. De barman, Ivo, kon ons in kleuren en geuren vertellen over de duizenden supporters die Basel oranje kleurden. “Totaal geen problemen gehad. 150.000 man in het oranje. Superstemming!” Niets meer dan lovende woorden van deze enthousiaste barman. Na het interview vroeg hij of we wat wilden drinken. Natuurlijk wilden we dat, maar we hadden geen geld. “Dat vroeg ik niet”, zei hij. “Ik vroeg wat jullie wilden drinken?” Ah, op die manier. “Doe dan maar een pilsje”, zeiden we bescheiden. Het werd geen pilsje, maar een pint. Of drie pints. Of vijf… In ieder geval genoeg om de volgende dag met een flinke kater op te staan.
Misselijk
En die kater eiste zijn tol. Opstaan ging moeizaam. Bij het ontbijt kreeg ik weinig naar binnen. Maar we moesten verder. We konden het ons niet veroorloven om door een kater op achterstand te raken. Dus de regenjas ging aan we liepen naar het tankstation dat het dichtste bij de snelweg lag. Helaas was dat een tankstationnetje waar heel weinig auto’s kwamen tanken. Na twee uur nam de vijfde tankende bestuurder ons mee naar een Rastätte aan de snelweg. Eindelijk kwamen we op gang. Maar nadat we de auto uit stapten, bleek dat het bij ons allebei niet goed ging. We hadden hooguit een half uur in de auto gezeten en voelden ons behoorlijk misselijk. Zo misselijk dat we niet meteen durfden te vragen naar een volgende lift, bang om de bestuurder onder te kotsen. We besloten om even te gaan zitten. Dat was geen slimme zet. Waarschijnlijk zijn Anne-mer en Anna ons op dat moment voorbij gereden. Pas drie kwartier later hadden we een volgende lift te pakken.
Spanning
We wisten dat we haast moesten maken. Ik kon het niet laten om stiekem op twitter te kijken. Daar kwam ik erachter dat Anne-mer en Anna al door de Gotthardtunnel waren. En wij stonden nog ruim 100 kilometer daarvoor. Gelukkig hoefden we niet lang te wachten op de liften. Mario, een Italiaans-Zwitserse vrachtwagenchauffeur, reed ons ook door de tunnel. We zaten A&A op de hielen. Na de Gotthardtunnel zorgden twee Italiaanse zakenmannen voor een rechtstreekse lift naar Milaan. Het Comomeer moesten we helaas links laten liggen. Geen tijd voor. Eenmaal in Milaan aangekomen werd het echt spannend. Alleen Bergamo lag nog voor Clusone. Een aardige man kon ons de goede richting op brengen. Tussen Milaan en Bergamo zette hij ons af. Iedereen die we bij dat tankstation tegen kwamen, hielden we tegen. Binnen een kwartier hadden we een lift die ons naar Bergamo bracht.
De spanning was om te snijden. Ik besloot om Luca op te bellen. In al mijn enthousiasme probeerde ik hem uit te leggen dat we bijna in Bergamo waren en of hij ons kon ophalen. In eerste instantie begreep hij het niet. Zijn Engels is namelijk niet al te goed. Na het nogmaals rustig uit te hebben gelegd, begreep hij het eindelijk. Maar wat bleek? Hij ging sowieso al naar Bergamo, om daar twee andere meisjes op te halen. Dat konden niemand anders zijn dan Anne-mer en Anna! We zetten onze chauffeur onder druk. Hij moest zo snel mogelijk naar het treinstation van Bergamo. De aardige man begreep het en vond het zelf ook wel spannend. Hij zoefde bijna door de rode stoplichten om ons daar te brengen. Toen het station van Bergamo in zicht kwam, zaten we met onze neuzen tegen het raam gedrukt. Stonden ze er al? Nog iets verder rijden. Ja! Daar staan ze! Naast Luca’s auto. We stapten bijna uit onze rijdende auto. Anne-mer en Anna draaiden zich om. Die gezichten… Ze konden het niet geloven. Stampen, vloeken en tieren. Boos dat ze niet als eerste in Clusone zouden eindigen.
Met twee koppels in één auto besloten we om de overwinning te delen. We hadden er allemaal hard voor gewerkt en ontzettend veel meegemaakt. De hele weg naar Clusone wilden we alles aan elkaar aan elkaar vertellen. Zoveel ervaringen en verhalen… Niemand die dat van ons kan afpakken.









Super super super! Inderdaad, niemand kan het van je afpakken!
Maar goed dat die gezichten van ons niet op beeld staan, haha. Leuk verhaal! Ben benieuwd naar de MTV-cribs imitatie.
Mooi. Wel lang. Maar wel mooi lang.
Nou nou, een middelvinger van Willemijn hier, boze gezichten van Anna en Anne-mer daar… Jullie hebben jezelf niet echt populair gemaakt he?
Leuk stukje, ik zie jullie morgen!
X
Gooooooooooooooooooooooooooeeed:)