VN Noodhulp voor Dar; Westerse media geweerd
De Verenigde Naties hebben naar aanleiding van de explosie in Mbagala bij Dar Es Salaam vorige week, noodhulp aangeboden aan de slachtoffers. Ger ging kijken wat de noodhulp precies inhoudt, maar werd door het Tanzaniaanse leger tegengehouden.
Eerder in de week reden verschillende VN-konvooien door de stad. Onderzoek van Ger wees uit dat in Mbagla veel mensen geen dak meer boven hun hoofd hadden. Na contact met de Nederlandse ambassade in Dar Es Salaam bleek dat de VN noodhulp naar de rampplek had gestuurd. Verslaggevers Hannelore Struijs en Gie Meeuwis gingen naar de rampplek toe, om te kijken waaruit de hulp bestond. Eenmaal op de locatie werden ze door het Tanzaniaanse leger tegengehouden. “Het hele gebied ligt totaal in puin. Er is veel schade; huizen zijn totaal vernietigd en mensen hebben kleine tentjes opgezet waarin ze wonen. Waarom we niet mochten filmen, is mij onduidelijk,” vertelt Struijs. Meeuwis: “De officiële lezing was dat we niet de juiste papieren hadden en dat rond een militaire basis nooit gefilmd mag worden.”
De VN was ingeschakeld nadat het Rode Kruis problemen had geconstateerd met de sanitaire voorzieningen en met onderdak voor de slachtoffers. Direct werd in overleg met de Tanzaniaanse regering een plan opgesteld om de eerste voorzieningen te treffen. De VN hebben daar in Tanzania een Emergency Response Unit (ERU) voor. Onder leiding van Unicef kan de VN snel noodhulp leveren. “De dag na de ramp is een team gaan kijken wat er allemaal nodig,” verteld Mr. Alhaji, hoofd Noodhulp van Unicef in Tanzania en coördinator van het ERU. “Nog dezelfde dag hebben we 10 tenten, 400 matrassen en dekens, 200 matten, grote emmers en water opslagtanks geleverd. Het Rode kruis heeft de spullen uitgedeeld.”
Waar de noodhulp precies gebracht is, is niet helemaal duidelijk. Bij het lokale politiebureau hebben de Ger-verslaggevers wel tenten zien staan, maar lang niet allemaal. Omdat Struijs en Meeuwis tegengehouden zijn, kunnen we de beelden hiervan niet laten zien. Het leger dreigde namelijk met inbeslagname van het materiaal en zelfs de camera’s en ook dreigde het met sancties als de beelden naar buiten gebracht zouden worden. Wel hebben onze verslaggevers nog wat foto’s kunnen maken. Wat de echte reden is dat Ger geen beelden mocht maken, is niet duidelijk. Opvallend was wel dat de lokale pers wel foto’s en beelden mocht maken, nadat het Ger-team weg was. Ook mocht de lokale pers beeldden maken van het opruimen van de overgebleven munitie.
Door de explosie van vorige week, waarbij volgens de regering 26 doden en een onbekend aantaal gewonden gevallen zijn, is sommige munitie onstabiel geworden. Daarop heeft de regering besloten de munitie gecontroleerd op te blazen. Iedereen moest op 500 meter afstand van de basis blijven. Naast de slachtoffers zijn bij de explosie zeker 5000 huizen verwoest en zijn 3750 gezinnen ontheemd geraakt.







