Tanzania calling
Wednesday, 7:44am, East African Time. “Sori, ur slpn acc’nt daz nt hav sufficient balanc 4 u 2 contnu drmin. Plz WAKE UP NOW & top up ur pllow & blnkts. Go out thr n earn mo crdts 2 acces 2nyt’z drmz!”
In een orale cultuur als de Tanzaniaanse sta ik versteld hoeveel geschreven communicatie er over en weer gaat. Bovenstaand bericht is een van de viral messages die rondzingen op mijn simu ya mkononi. Mobieltjes. Praktisch iedereen heeft er een of liefst meerdere, ongeacht inkomen. Vaak gehavende apparaten vol krassen en barsten. Maar wel een trendy model, hoe duur ook. Nieuwprijzen zijn omgerekend ongeveer gelijk aan West-Europa, wat een grote vraag veroorzaakt naar gebruikte electronica. Dat maakt ook tweedehands apparatuur onwaarschijnlijk prijzig. Bellen zelf is naar Tanzaniaanse maatstaven al even duur, zeker wanneer je een klant van een andere aanbieder wilt spreken.
Tergend traag
De traditie van orale vertellingen, waar in familie- of stamverband overleveringen via gesproken woord werden doorgegeven, bepaalt nog altijd hoe men in de Tanzaniaanse cultuur omgaat met tekst. Er wordt relatief weinig geschreven. Kranten en boeken zijn niet zo populair als in Nederland, nog los van de 25-30% analfabetisme in het land. Internet kan een stimulans zijn om te gaan lezen. De populaire krant The Citizen/Mwananchi staat dagelijks gratis integraal op diens zo licht mogelijk gemaakte website. Alleen zijn openbare verbindingen zelfs in hoofdstad Dar Es Salaam duur, tergend traag en vergeven van network timeouts; om nog maar te zwijgen over de wekelijkse stroomuitval. Voor prijzen vanaf €0,50 per uur kan het gerust ruim een kwartier duren om een willekeurige webpagina te openen. Zelf thuis een dergelijke webverbinding aansluiten kost zo’n 80 dollar per maand, terwijl de gemiddelde hoofdstedeling van 90.000-120.000 Shilling (€50-65) rondkomt. Vanaf zo’n 200 dollar heb je een beter werkende internettoegang. Een bedrijfje met meedere computers betaalt al gauw het vijfvoudige. Alle internetverkeer verloopt via satelliet, in plaats van glasvezel via de kabel of vaste telefoon zoals bij ons, wat de prijs verklaart. Vaste telefoons en kabel-tv om internet op aan te sluiten zijn duur en dun gezaaid. De universiteit heeft een schromelijk tekort aan desktop pc’s. Reserveren van een werkplek is het devies. Een groeiend aantal studenten veroorlooft zich uit pure noodzaak een laptop om diens opdrachten te kunnen maken, want de universitaire hoofdcampus heeft wel een werkende wirelessverbinding. Een enkel commercieel initiatief draagt bij aan kennismaking met, en verspreiding van internet. Een telecomwinkel van belprovider TIGO in Mlimani City Mall lokt klanten door gametijd en internettijd weg te geven bij aankoop van beltegoed. De duur per opwaardeerkaart werd onlangs met de helft bekort, vanwege de interesse voor de service.
Lamme vingers
Beperkte internetverbinding maakt dat nieuwtjes zich op een andere manier dan bij ons razendsnel door de gemeenschap verplaatsen. De bevolking heeft mobiele telefonie omarmd als voornaamste communicatiemiddel. Met name jongeren ontvangen en versturen bijkans onafgebroken tekstberichten, soms naar tientallen mensen tegelijk. Naar eigen zeggen ontvangt men gemiddeld vijftig berichten per dag. Woorden worden ingekort tot vrijwel onleesbare proporties, een soort slang voor insiders. Berichten in het Engels ontvangen in de orde van “jst kem bak frm skul. ru hom? cn we tok 4a whyl on the phn? or shud we tok 2mrw? if wetha luks gud il kam pk u at 10. hv a g9t”, of: “C we plan a party jaman!slp ova itz too soon” mag infantiel lijken, het is hier doodnormaal. Zelfs universitair docenten bedienen zich van soortgelijke taal. Woorden worden hierbij zowel in het Engels als in het KiSwahili fonetisch geschreven, zoals de uitspraak in het KiSwahili zou klinken. Klinkers en dubbele medeklinkers worden naar willekeur weggelaten. Voor zover ik kan beoordelen weten mensen wel het onderscheid te maken met de correcte spelling.
Een voor de hand liggende reden voor de afkortingen laat zich raden: kostenbesparing. Zij het dat je sinds eind 2008 bij aanbieder TIGO voor 500 Shilling per dag (€0,28) onbeperkt sms-berichten kunt versturen. Veel mensen maken daar gretig gebruik van, wat opmerkelijk is bij een gemiddeld dagloon van TSH3000-4000. De gewoonte zoveel mogelijk informatie in één tekstbericht te proppen bleef, in ieder geval onder de huidige leeftijdscategorie van tieners tot mensen ver in de dertig. Het komt voort uit een drang zo min mogelijk te hoeven schrijven om de kern van je bericht over te doen komen. De mate van afkorten is afhankelijk van in hoeverre de afzender verwacht dat de geadresseerde(n) ingevoerd zijn in de slang. De lage kosten veroorzaken een niet aflatende stroom vaak clichématig aandoende doorstuurberichten, tot ruim een dozijn per dag. Bij nacht en ontij bereiken ze je inbox. Een greep:
- “Co-incidence decides whom u mit in lyf But only destiny decides who gets 2 stay in ur lyfe..”.
- “friendship is sweet when it is new… It is sweeter when it is true… But u know what, It is the sweetest when it is wth u!!!
”. - “Mornin lyt starts out bryt Try 2 do ur day’s work ryt N on ur way do b gay Ol the world is urs 2day Gon is ol ur sorrow Happines wil follow”.
- “Don’t dwell on the 4gotten past o doubted future n 4get 2 live the present 2day.. 4 memoriz r wat u had n dreams r wat u myt hav bt the present is all u may actually hav. Coz that’s wat lyf basically is, a present. Relish every moment it unfolds :>”.
- “The mornin rays hav pierced the sky.. 2 kiss u gdmornin n tel u hi.. 2 b wth u it traveld a million myls.. The least u cold do z gv it a smyl! G’mornin”.
Charteren
Het lijkt wel een collectieve compulsiviteit, zoals mensen die mij hier omringen doorlopend met iedereen in contact staan. Telecomaanbieders varen er wel bij, getuige de vaak megalomane billboards waarmee de hoofdstad bezaaid is. Letterlijk om elk schijnbaar wissewasje wordt iemand gesmest of gebeld. Om te vertellen waar je geweest bent, waar je uithangt, waarnaar je op weg bent, en wat een ander doet. Verder wordt werkelijk alles wat geregeld of uitgezocht dient te worden via via met de telefoon gedaan. Niks klantenservices, bedrijfsvoorlichters, of balies van overheidsorganen. Familiebanden en het informele circuit zijn bijzonder sterk. Men vraagt het een kennis, die een kennis belt, die een kennis belt, totdat een uur later alles voor je in orde is gemaakt. Dat varieert van info over openbaar vervoerstijden, via het nummer van iemand die ter zake kundig is over een bepaald onderwerp of project, naar het vinden en reserveren van een goedkoop hotel of verblijf bij familie van kennissen in een andere stad, tot het regelen van een veilige taxichauffeur aan de andere kant van het land. Ook prijs en tijd zijn dan vaak al voor je afgesproken. Zelfs geld wordt doorgeluisd via taxichauffeurs. Binnen twee gesprekken kun je het privénummer in handen hebben van de directeur van een bedrijf met honderden medewerkers. Men verzamelt telefoonnummers van tuktuk-chauffeurs die ze vertrouwen. Chauffeurs van de vele minibussen wachten je ergens op hun route op als je hen rechtstreeks belt. Hun eigen nummer staat op je ticket. Het is de natuur van deze mensen, ten voeten uit. Iedereen staat open voor contact, is bereid volkomen vreemden tegemoet te komen, en lijkt te allen tijde bereid zich in te spannen om anderen te helpen aan persoonlijke contacten. Ongeacht de religie die je aanhangt, of tot welke stam je ook alweer behoort. Want wie weet heb je morgen zelf iets nodig. Mensen lijken overheden en officiële kanalen te wantrouwen ten opzichte van hun eigen vaak omvangrijke netwerk. Het doet me afvragen wat de Westerse maatstaven van individualisatie ons gebracht hebben.
Rituelen
De hang naar contact is niet alleen uit praktische overwegingen te verklaren. Elke reisgids meldt hoe belangrijk en uitgebreid een begroetingsritueel in Tanzania van oudsher is. Al is dat onder peer groups tegenwoordig wel veranderd, een standaardwelkom tussen mensen van verschillende leeftijdscategorieën kan nog steeds als volgt klinken:
- Shikamoo (I great you my elder)
+ Marahaba (I great you back with respect)
+ Hujambo (How are you?)
- Sijambo (I am fine)
+ Nyumbani hawa jambo? (Everyone well at home?)
- Nashkuru hawa jambo (They’re well, thank you)
Waarna het gesprek zich al naar gelang de situatie uitbreid naar individuele familieleden, vooraleer men tot het doel van het contact komt.
Al kort na aankomst meende ik te zien dat mijn lokale contacten veel minder tijd nemen voor ontmoetingsrituelen dan op gerekend. Onder hoofdstad Dar Es Salaams tweeënhalf miljoen inwoners, zo dacht ik, lijkt het verwaterd. Waarschijnlijker, is dat een deel van de traditionele sociale conventies ofwel mobiel plaatsvindt, of bij ontmoetingen overgeslagen wordt omdat men die graad van treffen door intensief mobiel contact al voorbij is. De vloed aan berichten is niet zozeer bedoeld om te informeren, als wel om contacten te onderhouden waarmee sociale conventies in stand gehouden worden binnen een modern bestaan. De hectiek en cultuurmenging die dit stadsleven kenmerkt, lijkt te maken dat mensen techniek in hun communicatie incorporeren om hun traditionele waarden gestalte te geven. Een alternatieve, bijzondere vorm van mobiel contact vind je terug in rurale gebieden, waar een daginkomen kan zakken onder 1000 Shilling (€0,56). Beltegoed is er een niet te veroorloven luxe. De enige overgebleven optie is ‘beeping’, de telefoon slechts een keer laten overgaan, om zo toch te kunnen laten weten dat je aan iemand denkt.








