Nieuwe methode borstreconstructie ontwikkeld

Australische wetenschappers hebben een nieuwe methode gevonden voor borstreconstructie. Ze willen door middel van een implantaat de borst terug laten groeien. Dat liet het Bernard O’Brien Instituut voor Microchirurgie in Melbourne donderdag
weten.
De nieuwe manier van borstreconstructie houdt in dat de artsen een hol implantaat onder de huid van de vrouw plaatsen. In het holle implantaat plaatsen ze vetweefsel, waaraan ze een bloedvat verbinden. Zo groeit het vet en vult de holle ruimte. Na zes tot acht maanden zou de borst terug gegroeid moeten zijn. Een van de onderzoekers, dr. Marzella vertelt aan Sky: “We maken hier gebruik van de neiging van het menselijk lichaam om lege ruimtes op te vullen.”
Nadat er positief resultaat is geboekt bij varkens, gaan de onderzoekers het ook bij vrouwen proberen. “Dit prototype wordt in de komende drie tot zes maanden getest op vijf tot zes vrouwen, om te laten zien dat het lichaam opnieuw zijn eigen vet kan opbouwen”, zegt Marzella. De onderzoekers willen de implantaat zo ontwikkelen, dat het door het lichaam wordt afgebroken na 24 maanden, maar het vet achterblijft. Dan hoeven de vrouwen niet nog een operatie ondergaan om het implantaat te verwijderen. Deze methode kan onder andere gebruikt worden bij vrouwen die borstkanker hebben gehad.
Voorkeur herstelde borstkankerpatiënte
Annelies Lansdaal uit Graven, herstelde borstkankerpatiënte, onderging een borstreconstructie met spierweefsel in maart 2008. “Als deze nieuwe behandeling een optie was voor mij, had ik het zeker overwogen. Je hebt geen vreemde producten in je lijf, want dat implantaat wordt dan door je lichaam afgebroken. Ook voelt het natuurlijk aan, het is je toch je eigen vetweefsel.”
Andere vormen van borstreconstructie
Nu zijn er twee beschikbare methodes, voor vrouwen bij wie hun borst geamputeerd is. Samen met de arts kunnen ze zelf kiezen welke borstreconstructie ze wil laten uitvoeren.
Inwendige prothese:
Bij deze behandeling plaatsen de artsen een prothese, gevuld met siliconen, of een tijdelijke ‘oprek’-prothese. Dan wordt er een stuk van de borstspier over het bovenste deel van de implantaat geplaatst.
Tijdens de controles wordt die prothese bij gespoten totdat hij de juiste grootte heeft. Als de maat goed is, komt er een tweede operatie, waarbij de tijdelijke prothese vervangen wordt door een definitieve.
Reconstructie met spierweerfsel:
Als er te weinig huid of borstspier overgebleven is na de operatie, gebruiken de artsen meestal deze aanpak. Met een stuk huid en spier uit de rug (schouder) of buik, kan een nieuwe borst gemaakt worden. Hierbij hoeft geen prothese geplaatst te worden. Bij een nieuwe vorm van deze methode gebruiken de artsen alleen huid en onderliggend vetweefsel van andere plaatsen van het lichaam, in plaats van een stuk spier.
Landsdaal heeft voor deze behandeling gekozen. “Ik had genoeg vet op mijn buik, hoewel de arsten ook vet uit mijn dijbeen gehaald hebben, omdat een groot deel van mijn borstspier verwijderd is. Door de operatie had ik weinig huid over en vanwege de bestraling was de rek eruit, dus een prothese zou te veel pijn doen bij mij.”
Operaties borstkanker
Vrouwen die aan borstkanker lijden, hebben een (grote) kans dat hun borst chirurgisch verwijderd moet worden. Dat minimaliseert de kans dat de ziekte terug komt. Deze behandeling is in 1890 ontwikkeld door de Amerikaanse chirurg dr. Halstad. Toen zetten chirurgen de volledige borst, de lymfeknopen in de oksel en de kleine en grote borstspier af. In de jaren zeventig en tachtig bleek uit onderzoek dat het verwijderen van de borstspier niet nodig was. Tegenwoordig worden alleen de borst en de lymfeknopen weg gehaald.
Sinds twintig jaar bestaat er ook een andere behandeling; de ‘borstbesparende operatie’. Als de tumor nog klein is, kan deze operatie toegepast worden. Hierbij verwijderen de artsen alleen de tumor (en een klein stuk gezond weefsel) en behouden zoveel mogelijk van de borst. Dit gebeurd bijna altijd in combinatie met radiotherapie.








