Aan tafel!
Wanneer je als journalist in de Amazone op zoek gaat naar bijzondere verhalen kom je vaak in de meest onverwachte situaties terecht. Zo zat ik op een zondagmiddag te lunchen bij een Braziliaanse familie die ik nog geen uur geleden had ontmoet.
Voor mijn verhaal was ik op zoek naar een vrachtwagenchauffeur die mij meer kon vertellen over het leven op en langs de BR163 (de centrale weg van midden Brazilië naar Santarém). Ik was op pad met mijn buddy Jackson, fotograaf Leonard Fäuste en medestudent Dominica Groenleer. We reden over de centrale weg toen ik plotseling een vrachtwagen aan de kant van de weg zag staan. Jackson zat achter het stuur en ik vroeg hem of hij hier even wilde stoppen. De bestuurder van de enorme truck is vast hier ergens in de buurt, dacht ik.
De vrachtwagen stond geparkeerd op een groot, leeg parkeerterrein voor een fabriek. Jackson zette de auto ernaast en we stapten uit. Brazilianen hebben de gewoonte in hun handen te klappen om te laten weten dat ze voor de deur staan. En zo deed Jackson dat nu ook om contact te maken met de bewaker van de fabriek. Hij hoorde het lawaai en kwam naar het hek. In onverstaanbaar Portugees vroeg mijn buddy aan de bewaker of hij wist waar de eigenaar van de truck was. Daarop wees de Braziliaan naar het huis met het houten hek aan de overkant van de straat. De truck driver die wij zochten zou daar wonen.
Met z’n vieren liepen we naar de woning en na een paar handklappen van Jackson werd opnieuw een hek voor ons geopend. We werden binnengelaten door, wat later bleek, de vrouw van de vrachtwagenchauffeur die wij zochten. We zaten goed. Ze stelde ons voor aan haar man Romeo Iser en hij bleek geen probleem te hebben met het beantwoorden van een paar vragen voor mijn artikel. Met zijn vijven gingen we op de veranda zitten, maar daar bleef het niet bij. Zijn vrouw, zijn dochter, zijn broer, zijn schoonzus en zijn neefje wilden ook bij het gesprek aanwezig zijn. Nog nooit heb ik in zo’n groot gezelschap een interview afgenomen.
Toen ik bijna klaar was met mijn vragen nodigde de vrouw des huizes ons uit om te blijven lunchen. Dat wilden we wel. Het werd een drukte van jewelste in de kleine eetkeuken. Gek genoeg was er genoeg vlees klaar gemaakt voor meer dan twintig man, waren er meer aardappelen geschild dan nodig was en stonden er bakken rijst op tafel waar ik een week van zou kunnen eten. Jackson legde mij uit dat in Brazilië altijd meer wordt gemaakt voor de lunch en het diner in geval dat er gasten op bezoek komen. Heel anders dus dan in Nederland waar de gasten wordt verzocht op huis aan te gaan zodra het etenstijd wordt.
Wij, de gasten, werden verzocht te gaan zitten. En daarna mochten de twee aanwezige volwassen mannen een stoel pakken. De vrouwen en kinderen moesten staand eten. We aten tomatensalade met ui, gebakken rijst met knoflook en aardappelen met ei en ui erdoor heen. Een paar plakjes van de twee grote klompen rundvlees die waren klaargemaakt waren het lekkerste dat ik tijdens mijn verblijf in het Latijns-Amerikaanse land op heb. Iser vertelde dat hij ze twee uur op de barbecue had gelegd om ze op hun lekkerst te krijgen.
Toen we klaar waren met eten kwam zijn vrouw nog aanzetten met een huisgemaakte pudding. Even leek het alsof ik me bevond ik het snoephuisje van de heks uit Hans en Grietje. Zouden deze mensen ons echt al dat lekkers geven zonder daar iets voor terug te willen? Of mesten ze ons vet om daarna hun tanden in onze rolletjes te zetten? Maar nu ik thuis ben gooi ik het op de geweldige gastvrijheid van de Brazilianen. En daar kunnen wij in Nederland nog veel van leren.








Leuk! Ik krijg er honger van haha..