Column. Moordtoneel
Januari 1991. Het breekijzer komt met een klap op het hoofd van de vrouw terecht. Een te zware klap waaronder haar schedel het niet houdt. Na jaren van ruzies en mishandelingen is de genadeklap daar. Het gat in de bevroren grond biedt een troosteloze, eindeloze rust.
In het gehucht Ganzedijk zijn resten van een menselijke skelet gevonden. Het is 3 februari 2000, exact negen jaar na de verdwijning van verpleegkundige Hannie Godfrinon. Haar man deed toen aangifte van haar vermissing, de liefde van zijn leven was weg. In de weken erna maakte hij een verwarde en radeloze indruk. Hij stond regelmatig met een verrekijker op de weg.
Het blijkt schuldgevoel te zijn dat de man, schrijver Richard Klinkhamer, bezighoudt. Of ja, schuld. Zelf zegt hij later dat van gewetensproblemen nooit sprake is geweest. Feit is dat hij zijn vrouw de hersens heeft ingeslagen en in een gat in de achtertuin heeft begraven. Eigenlijk wist iedereen het, de buurt roddelde. Na de verdwijning vond de politie messen, vleeshaken en een gehaktmolentje in de aarde van de achtertuin. Klinkhamer zou zijn vrouw door de gehaktmolen hebben gedraaid.
In 2001 wordt de schrijver veroordeeld tot zeven jaar gevangenisstraf voor doodslag. Een tijd die hij vult met het afmaken van zijn boek. Waarvan niemand weet wanneer hij begon, maar wat eindigde in een bekentenis. Het boek waar geen uitgever zijn handen aan durfde te branden. En welke iedereen kent, maar niemand las, ‘Woensdag Gehaktdag’. De legende met mythische omvang van de Nederlandse literatuur. Wij moeten trots zijn dat ons land zo’n majestueuze intrige in de literatuur kent. Welke nooit door een solist op het toneel verwezenlijkt zal kunnen worden. Dit verhaal verdient een film van Hollywood proporties.
De solovoorstelling gaat 14 april in première in theater De Machinefabriek in Groningen, Albert Secuur voor het Noord Nederlands Toneel.








